Elsa van der Heijden

Wat is er toch van die slingeraap terechtgekomen, vroeg decennia later de kleuterleidster aan mijn moeder. Die is danseres geworden zei mijn moeder. 

Als dochter van een mijnwerker was dat niet zo gebruikelijk om op 12 jarige leeftijd naar de dansacademie te gaan. Hard werken was er met de paplepel in gegoten. Zorg maar dat je de allerbeste wordt! Dan pas gaan er deuren voor je open, dat waren de wijze woorden van mijn vader .

Na een  achtjarige Russische dansopleiding ging ik werken bij het Nederlands danstheater. Ik mocht kennis maken met verschillende choreografen en dus verschillende dansstijlen waaronder die van Hans van Manen, Jiri Kylian en Kei Takei.

Ik verliet het gezelschap om als klassiek solist te gaan werken bij het Ulmer theater in Duitsland. Daar kreeg ik ook de kans om de eerste korte choreografieën te maken. Terwijl ik al die technische hoogstandjes uitvoerde, werd het van binnen ook steeds technischer. 

Dit besef was het begin van een nieuwe periode die tot op de dag van vandaag nog steeds van toepassing is. De innerlijke drijfveer is niet de spier maar de emotie, om die vorm te geven heb je een spier nodig. Het gaat over puurheid en niet over de beste willen worden. Met andere woorden, van inhoud naar vorm.

In de afgelopen 40 jaar ben ik mede oprichter geweest van enkele expressionistische dansgezelschappen waaronder het danserscollectief in Tilburg en de Dans Compagnie Limburg.  

Zowel in het lesgeven aan performers als ook het regisseren en choreograferen is steeds de visie geweest dat alles ontstaat vanuit de verbeelding.

Dat alleen in veiligheid, in het vertrouwen van het moment tot leven kan komen. In die leegte, in het volle besef dat je met lege handen staat, daar waarin je niets verwacht, geen oordeel hebt, de kwetsbaarheid toe durft te laten: En daar! In dát moment! Ontstaat dans.

Mijn dans.